Verder naar inhoud

Na de Tweede Wereldoorlog was er een grote woningnood. In de grote steden kwam daar nog het probleem bij dat er weinig ruimte was om nieuwe woningen te bouwen. Dat gold zeker voor de gemeente Den Haag. De stedenbouwkundige W.M. Dudok bedacht een oplossing om alle Hagenaars aan een huis te helpen.

Annexatie

In 1949 verwachtte men dat er voor minstens 100.000 Hagenaars geen woning in de stad beschikbaar zou komen. Het plan van Dudok was dat voor deze mensen huizen gebouwd zouden worden in de gemeenten rondom Den Haag: Rijswijk, Voorburg en Leidschendam. Daarvoor moesten grote delen van die gemeenten door Den Haag worden geannexeerd (bij de stad getrokken). Aan de rand van die plaatsen woonden de mensen toch al bijna in Den Haag. Maar daar dachten zij zelf heel anders over. Er kwamen hevige protesten en uiteindelijk verdwenen de Haagse annexatieplannen in de prullenmand.

De Zoetermeerders waren nauwelijks geïnteresseerd in de annexatiestrijd. Ze hadden er hooguit op afstand via de media van gehoord. Maar dat veranderde snel.

Satellietstad

Toen de annexatie niet door ging, bedacht men een andere oplossing voor het huisvestingsprobleem. Er moest een geheel nieuwe stad voor 100.000 mensen worden gebouwd. Een satellietstad van Den Haag die de naam Wilsveen zou krijgen. De huizen in Wilsveen zouden voor het grootste deel worden gebouwd op Zoetermeerse grond.

Tot 1957 was Zoetermeer niet betrokken bij de Haagse plannen, maar in dat jaar nodigde burgemeester Kolfschoten van Den Haag zijn Zoetermeerse collega Vernède uit. Hij wilde samen met de burgemeesters van de andere randgemeenten het plan voor de satellietstad Wilsveen omarmen.

Onaanvaardbaar plan

In april 1958 wees de gemeenteraad van Zoetermeer het plan Wilsveen af omdat het ‘zowel bestuurlijk als planologisch onaanvaardbaar is’. Dit liet men aan de regering weten. Veel indruk maakte dat niet. In november 1958 zond de minister een nota aan de Tweede Kamer met daarin het voorstel om over te gaan tot het realiseren van de satellietstad Wilsveen.

Zoetermeer stond op zijn achterste benen. Er ging in maart 1959 weer een brief naar de Tweede Kamer, waarin men aanbood Zoetermeer te laten groeien tot een plaats met 40.000 inwoners. Dan zouden er ten minste 25.000 mensen uit de Haagse agglomeratie kunnen wonen. Zoetermeer kreeg veel steun voor haar standpunt, van de Kamer van Koophandel, van Gedeputeerde Staten en een aantal gemeenten. Pas op 11 januari 1962 liet de minister van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer weten dat het plan Wilsveen niet doorging. De gemeenten Den Haag en Zoetermeer zouden in goed overleg het probleem van de huisvesting van Hagenaars gaan oplossen.

Kaart waarop de mogelijke ontwikkeling van Zoetermeer tot een stad van 40.000 inwoners naast het plan Wilsveen wordt weergegeven.
Kaart waarop de mogelijke ontwikkeling van Zoetermeer tot een stad van 40.000 inwoners naast het plan Wilsveen wordt weergegeven.

Plannen maken en realiseren

In januari 1962 overlegden de colleges van B en W van Den Haag en Zoetermeer met elkaar. Hun conclusie luidde ‘dat het verleden kan blijven rusten’. Er moesten plannen gemaakt worden.

De eerste stedenbouwkundige ontwerpen zijn de plannen Palensteinsepolder en Driemanspolder. Zij vormen de overgang van dorp naar stad. Aan de kant van het dorp moeten eengezinshuizen komen en verder komt er hoogbouw. Voor de eerste 288 eengezinshuizen gingen op 21 april 1966 in de Driemanspolder de palen de grond in. Er kwamen in totaal 613 eengezinswoningen en 2139 woningen in galerijflats of woontorens. In totaal zijn er nu zeven woontorens, waarvan er één met 21 bouwlagen. In Palenstein kwamen 2769 woningen.

In het bijzijn van Burgemeester Van Tuyl en vele belangstellenden slaat minister Bogaers de eerste paal voor waarschijnlijk de Wolfertstraat in Palenstein.
In het bijzijn van Burgemeester Van Tuyl en vele belangstellenden slaat minister Bogaers de eerste paal voor waarschijnlijk de Wolfertstraat in Palenstein (foto: collectie HGOS)

Het bouwen vond plaats op basis van een structuurplan. Toen op 25 mei 1965 de koningin op bezoek kwam, was er een maquette waar ook de andere wijken op staan met de namen die toen werden gebruikt:  Driemanspolder-west (= Meerzicht), de Noordwestwijk (= Buytenwegh de Leyens) en de Noordoostwijk (= Seghwaert). Oosterheem is voorlopig de wijk die nog afgebouwd moet worden. In totaal had Zoetermeer op 1 januari 2012 53.189 woningen waarin 122.370 mensen woonden.

Koningin Juliana krijgt uitleg van prof. S.J. van Embden over de maquette van Zoetermeer. Achter hem staat v.l.n.r. drs. A.G. van Veen, de heer R.H. Fledderus en de heer B.C. van Gent.
Koningin Juliana krijgt uitleg van prof. S.J. van Embden over de maquette van Zoetermeer. Achter hem staat v.l.n.r. drs. A.G. van Veen, de heer R.H. Fledderus en de heer B.C. van Gent (foto: fotograaf onbekend)

Meer informatie:

Boeken en tijdschriften

  • Van Gent, B. (Barth.) (1999). Zoetermeer, ontwikkeling van een nieuwe stad. Gemeente Zoetermeer.
  • Drapers, P. (Piet), Grootveld R. (Ronald), De Kler, J. (Joke) & Vermeulen, T. (Ton) (Red.). (2012). Groeistad Zoetermeer 1962-2012. Historisch Genootschap Oud Soetermeer.